| ||||||||||||||
|
|
Het Forcalquier Orgelmodel (1627-2000)De kathedraal in de kleine Zuid-Franse stad Forcalquier had oorspronkelijk een klein orgel met 9 registers, in 1627 gebouwd door Pierre Marchand . Volgens overlevering diende tijdens de Franse Revolutie de kerk en het orgel tot opluistering van de feesten van het nieuwe regime. Maar in 1803 werd de Christelijke eredienst in de kerk weer hersteld. Een halve eeuw later bouwde Prosper Antoine Moitessier daar opnieuw een orgel, waarbij hij gebruik maakte van het oude materiaal. Het "Grand orgue"(het hoofdmanuaal) kreeg 22 registers, het "Récit expressif" (het positief) en het pedaal werden voorzien van 4 registers. De orgelbouwers Cavaillé-Coll – Mutin voerden in 1932 verdere veranderingen door. Zij breidden de omvang van het pedaal uit en maakten de tractuur pneumatisch. Recent is het orgel op zorgvuldigewijze gerestaureerd en in twee fasen (in 1981 en 2000) vergroot door Alain Sals. De mechanische tractuur werd weer hersteld en een nieuw "Positif de dos" (rugwerk) werd aangebracht waarbij gebruik werd gemaakt van het oude pijpwerk maar ook nieuwe registers werden toegevoegd. Hierdoor kwam het totale aantal sprekende stemmen op 36. De samenstelling en de klank is typisch Frans-klassiek, nogal scherp, "spuckend", met een sterk gevoel van „inégalité“, d.w.z. dat bij een groot aantal registers de klank op bepaalde plaatsen ineens verandert. Het duidelijkste komt dat tot uiting in de klank van de Voix Humaine van het Récit, die feitelijk is samengesteld uit twee registers, één voor de bas-zijde en één voor de discant-zijde van het manuaal. Onderstaande specificaties laten ook zien hoe oud iedere register is en wie het heeft gemaakt: Marchand (1627), Moitessier (1847), Cavaillé-Coll-Mutin (1932) of Sals (2000). Specificaties:
Koppelingen:
Tremulanten:
Spaanbalgen:Orgeldeskundigen zijn er in het algemeen van overtuigd, dat de eigenschappen van de orgelwind in hoge mate bijdragen tot de schoonheid van de orgelklank. Vroeger werden er spaanbalgen gebruikt in de orgels, die door "calcanten" werden geheven of getrapt. Meestal waren er meerdere balgen nodig om het orgel van wind te voorzien. Hierdoor ontstond een lichte mate van instabiliteit: de wijze van pompen en ook de verandering van het draaimoment van de zakkende bovenplaat van de balg tijdens het leeglopen veroorzaken kleine drukveranderingen, die gepaard gaan met lichte trillingen die de aanspraak van de pijpen hoorbaar beïnvloeden. De windstabiliteit bleek zo gevoelig dat, wanneer op het ene klavier met slechts een of twee registers wordt gespeeld, de klank van de pijpen, die op een ander klavier worden gespeeld, merkbaar wordt beïnvloed. Na de uitvinding van de magazijnbalg en na de invoering van orgelventilators ging dit subtiele en sensible windgedrag voor een groot deel verloren. De Hauptwerk software maakt het echter weer mogelijk om, met een geschikt rekenmodel, de oorspronkelijke situatie met handbediende balgen realistisch na te bootsen. Samen met de nauwkeurig vormgegeven pijp-respons, biedt dit een voledig nieuwe beleving van het orgelgeluid. Met bijzondere dank aan:Francois Blonay en Jean Jacques Le Coz voor hun bereidwillige ondersteuning tijdens de opnamen van het orgel!
|