| ||||||||||||||
|
|
In de 18de eeuw werd er een positief aan het orgel toegevoegd en mogelijk ook een pedaalregister. De orgelkas werd opnieuw zodanig „versierd“, dat de uiterlijke vorm de stijl van die tijd weerspiegelde. De privé kapel werd in de 19de en 20ste eeuw niet erg intensief voor kerkdiensten gebruikt. Daarom werd er ook niet op aangedrongen om het instrument te moderniseren. Daardoor treffen we gelukkig het instrument nog in zijn originele staat aan. De beide manualen hebben een onverwacht grote omvang, meer dan 4 octaven, tot de hoge F. Het groot octaaf is volledig uitgebouwd, dus hier niet als "kort" octaaf, zoals gebruikelijk in de 17de eeuw. Deze uitzonderlijke eigenschappen kunnen worden verklaard uit het doel waarvoor het orgel werd gebruikt. Het was niet in de eerste plaats bestemd voor de begeleiding van de gemeentezang, maar het speelde een vooraanstaande rol tijdens de hofdiensten en mogelijk ook bij de verschillende concerten die door de kasteeleigenaren werden gegeven. De registers vandit orgel hebben een bijzondere klankschoonheid. , zoals De expressieve "spuck" van de pijpen, wanneer deze beginen te spreken, een herkenningspunt voor de ouderdom van het instrument, wordt nauwelijk op die manier op andere orgels gehoord. Om verder te lezen:
| |||||||||||||||||