Het virtueel orgelproject 

 

Project 
Orgels 
Features 
Free stuff 
Contact 
Historiek
Screenshots
Foto's
Demo's
Updates
Bestel

                        

Het Rabštejn nad Strelou Virtuele Orgel (1793)

Het instrument dat Antonín Reis (1741-1815) in 1793 in de kerk van Rabštejn nad Strelou bouwde, draagt alle karakteristieke kenmerken van deTsjechische orgelbouwtraditie in zich. De grootte van het  instrument  past goed bij de afmetingen van het kerkgebouw:  het prestantenkoor is gebaseerd op  de Principal 4', maar bezit desondanks een Quint 2 2/3' die bijdraagt aan de graviteit van het Hauptwerk plenum en onderstreept het contrast met het Rückpositiv dat gebaseerd is op de  Principal 2'. Naar de overtuiging van toonaangevende experts is dit een van de weinige Tsjechische historische orgels waarbij de intonatie van de principalen  nooit is gewijzigd door latere restoraties. 'Het instrument is  geconserveerd in zijn oorspronkelijke vorm' (geciteerd uit de beschrijvingeen van de bisschoppelijke orgeldeskundige Marek Cihar). De laatste belangrijke reparatie aan het  instrument is in 1878 uitgevoerd, meer dan een eeuw geleden.

Daarnaast is er een open Flute 8' en een Salicional 8' met een barokke (maar niet overmatig strijkende) klankkleur. Het Hauptwerk hoofdwerk wordt bekroond met een 4-sterke Mixture waarin een tertskoor is opgenomen. De toevoeging van een tertskoor is een van de meest belangrijke kenmerken van de traditionele Tsjechische orgelbouw. Het instrument in Rabštejn is direct herkenbaar aan de wat bizarre klank van zijn Mixture. Het  instrument heeft tot nu toe geen enkele restauratie of reconstructie ondergaan, ook regulier onderhoud aan het instrument stond altijd op een laag pitje, aangezien de kerk niet regelmatig wordt gebruikt.  Men kan er daarom alleen maar naar gissen wat de origineel bedoelde structuur van het orgel was. De tonen in  drie laagste octaven  zijn gemakkelijk te volgen, maar de tonen in het hoogste octaaf geven veel verwarring. Bij onze virtuele restauratie - gebaseerd op de analyse van het opgenomen geluid - wordt onderstaande samenstelling van de Mixture gebruikt:

laagste octaaf           1' 4/5' 2/3' 1/2'
tenor octaaf         1' 1' 4/5 2/3'  
middelste octaaf       1 1/3' 1' 1' 4/5'    
discant octaaf  (c-f)     1 3/5 1 1/3' 1' 1'      
discant octaaf (f#-c) 2' 2' 1 3/5' 1 1/3'          
De opsplitsing in het hoogste  octaaf is misschien wat speculatief, desalniettemin bouwen Tsjechische orgelbouwers bijna altijd  een 1' koor met een onderbreking. Als zich een betere oplossing aandient, zou ik graag dit in het Hauptwerkmodel inbouwen ter vergelijking. In de  originele versie van de ODF zijn de oorspronkelijke toonhoogten van de pijpen,zoals opgenomen, gebruikt. In de  extended (uitgebreide) versie van de ODF zijn de toonhoogten aangepast volgens het hierboven gegeven schema.

 Het Rückpositiv  (rugpositief) van het instrument vertoont het typische karakter van het traditionele Tsjechische Positief ( te vergelijken met het Peruc orgelmodel, Hrubý Rohozec of het grotere Zlatá Koruna en de Prague baroque instrumenten). Het telt oorspronkelijk 4 registers: gedekte fluiten 8' and 4' (traditioneel Copula's genoemd), Principal 2' en  Octave 1' met een oktaafsprong in het hoogste octaaf,  terug naar de 2'. In de extended versie van ons orgelmodel, nam ik het weloverwogen besluit om de optionele enkelvoudige vulstemmen Quint 1 1/3' en Terz 1 3/5' met prestantklank toe te voegen, alsmede een Nasard 2 2/3' met fluitklank, om daarmede een meer uitgesproken solistisch gebruik van het manuaal mogelijk te maken. De uitbreidingsregisters zijn geheel apart geplaatst zodat  puristen niet worden gestoord door de aanblik van deze extra registers .

Het Pedaal van het oorspronkelijke instrument is niet zelfstandig. Het biedt 16' en 8' registers met een zeer beperkte toonomvang (18 tonen) en was slechts bedoeld om ondersteuning te geven bij het spelen van grote accoorden, zoals die veelal voorkomen aan het  eind van een muziekstuk. De halve tonen C#, D#, F#, G# ontbreken in het laagste octaaf, maar de laagste F# and G# zijn verplaatst naar het daarboven gelegen octaaf en vervangen daar de f# en de g#. De toonschaal is dus: C, D, E, F, G, A, A#, B, c, c#, d, d#, e, f, F#, g, G#, a. De bedoeling hiervan was om, gegeven de beperkingen van het barokke groot octaaf, de grootste invulling aan het groot octaaf te geven die mogelijk was. Deze invulling is nauwkeurig overgenomen in de originele versie van de ODF. In het  extended model heb ik de omvang van het pedaal tot 27 tonen vergroot en een Choralbass 4' toegevoegd voor de weergave van een koraalmelodie.

Rabštejn nas Strelou is tegenwoordig - ondanks zijn historische betekenis -een wat verlaten locatie. het is een van de weinige plaatsen waar je het gevoel krijgt ontkomen te zijn aan de 'beschaving' en die je confronteert met de extreme uithoeken van de Aarde. Misschien komt het wel door zijn afgelegen situatie dat het instrument in zijn oorspronkelijke staat bewaard is gebleven. Het heeft zelfs geen elektrische windmachine. Dat komt omdat er in de kerk nooit elektriciteit voorhanden was (in ons  virtuele model hebben we als optie kunstmatig geruis van een windmachine opgenomen voor hen die dit willen horen. De andere zijde van de medaille is dat het instrument meer dan andere wordt bedreigd door langdurig ontbreken van regelmatig onderhoud en een langzame achteruitgang lijkt daardoor  onvermijdelijk. Het is niet overdreven om te stellen dat we misschien wel de laatsten zijn geweest die het instrument in een speelbare toestand hebben aangetroffen. We zijn er blij om en zelfs een beetje trots op, dat het ons is toegestaan om de klankkrakteristiek van dit orgel  voor de toekomst digitaal vast te leggen.

Het virtuele orgel dat hier wordt gepresenteerd biedt een reproductie van de originele vorm van het instrument, inclusief de reproductie van het kort octaaf, de oorspronkelijke vormgeving en beschildering van de registertrekkers, de beperkte dispositie en de omvang van het pedaal. Los van de documentatie van de huidige situatie, maakt deze bednadering het mogelijk om bijpassend orgelrepertoire onder de juiste omstandigheden te bestuderen .

In de uitgebreide ('Extended') versie van het virtuele orgel zijn verschillende mogelijkheden toegevoegd  te vergroting van de klankvariatie en een toegankelijker gebruik van de sample set. De vulstemmen op het manuaal en de Choralbass 4' van het pedaal, om daar een Cantus Firmus te spelen, zijn al eerder genoemd. De manualen zijn uitgebreid tot de standaard omvang en ook het pedaal is virtueel aangevuld om een zelfstandig gebruik mogelijk te maken. Ook zijn een aantal koppels aangebracht om het gebruik te vergemakkelijken. Om dezelfde reden zijn setzers toegevoegd  om bepaalde registraties op te slaan en weer snel op te kunnen roepen. De  extended uitvoering van  het instrument (18 sprekende stemmen) biedt praktisch alles wat een organist nodig heeft voor 'normaal gebruik. Het op deze wijze opgebouwde virtuele orgel is erg compact qua geheugengebruik, zelfs wanneer het wordt geladen in de hoogste 24-bite kwaliteit en de 'surround' optie voor een maximaal ruimtelijke weergave ingeschakeld.  Nu kunt u genieten van het karakteristieke 'oude'  timbre van de pijpen, en des te meer wanneer ook een historische stemming, zoals de Middentoon, of 'Wohltemperierte' varianten  worden toegepast. Deze dienen bij voorkeur te worden gebruikt in plaats van de standaard gelijkzwevende stemming.